Historie

SINT CAECILIA


 

Van "voorbeeld van kuisheid" tot "patrones van de muziek"

Het imago van Sint Caecilia als patrones van de muze is niet zo oud als we misschien denken. Hagiografen verwisselden nogal eens het handelsmerk van een heilige. Op die manier werd er een waas van geheimzinnigheid rond de man of vrouw gelegd die hun heiligheid alleen maar meer glans gaf. Eigenlijk is Caecilia de familienaam van een Romeins geslacht uit de derde eeuw na Christus. De familie woonde in Trastevere, een wijk in Rome. De familie bezat daar een eigen huis en probeerde in een tijd van vervolgingen zo goed en kwaad als dat ging Christen te zijn. Christenen kwamen niet samen in een kerk, maar meestal stelde iemand zijn huis ter beschikking om de eucharistie te vieren. Zo kon de Christelijke gemeente van Trastevere in Rome beschikken over het huis van de Caecilia's als gebedsruimte. Op het moment dat een hagiograaf de oorsprong van de naam van de Caecilia-kerk in Trastevere probeert te verklaren, wordt er rondom Caecilia een zweem van heiligheid getrokken. Na verloop van tijd dichtte men de naam Caecilia toe aan een vrouw. En om haar nog belangwekkender te maken, zou ze van adellijke komaf zijn geweest.

Voorbeeld van kuisheid

De legende vertelt hoe zij haar man Valerianus tot het Christendom wist te bekeren. Ze weet hem zelfs te porren om het ideaal van de kuisheid na te leven. Haar huis in Trastevere schenkt ze aan Paus Urbanus I (222-230), die er op zijn beurt een kerk van maakt. Daar sterft Caecilia de marteldood. Een gruwelijke dood, zegt de legende. Ze zou in het bad van haar huis zijn gestikt en onthoofd. Met grote luister wordt ze door Paus en Bisschoppen bijgezet in het familiegraf. De hagiograaf haakt overigens in op een voor zijn tijd geliefd modeverschijnsel: de kuisheid. Men gaf zeer hoog op over de kuisheid die op de avond voor de trouwerij extra benadrukt werd. Sint Caecilia werd dus als een lichtend voorbeeld van kuisheid vereerd. In de vierde eeuw duikt haar naam nog een keer op. In de catacombe van Calixtus bevindt zich een crypte, die haar naam draagt en waar familieleden van Caecilia zouden zijn begraven. De kerk sprong met man en macht in op deze legendevorming. In de negende eeuw vestigt Sint Caecilia definitief haar naam als heilige. Paus Paschalis I (817-824) bracht eigenhandig haar relieken over naar de door hem volledig nieuw ingerichte Basiliek van Trastevere. In 1599 werden de relieken door Paus Clemens VIII erkend zonder ze eerst aan de gebruikelijke echtheidstest te onderwerpen. Hoe groot de verzamelwoede voor haar relieken wel was, blijkt uit het feit dat meerdere kerken in de Middeleeuwen er prat op gingen haar hoofd te bezitten. Dit zal ongetwijfeld bijgedragen hebben tot een nog grotere populariteit van Caecilia

Cantantibus organis

Hoe is haar faam verder nog te verklaren? Waarschijnlijk is dat gebeurd onder invloed van de liturgie. In de dagelijkse gebeden werd veelvuldig gesproken over Sint Caecilia als maagd en martelares. En juist onder invloed van de liturgie verwerft zij niet allen aanzien, maar krijgt ze ook een ander imago. In bepaalde gebedsteksten duikt de zin op "cantantibus organis", wat zoveel wil zeggen als "onder begeleiding van muziekinstrumenten zong Caecilia Gods' lof". Welnu, deze zin heeft Caecilia onsterfelijk gemaakt als schutspatrones. Ze wordt aan het eind van de Middeleeuwen steevast afgebeeld met een handorgel. Voorheen werd ze vaak afgebeeld met een boek, het symbool van het evangelie, dat ze steeds bij zich zou hebben gedragen. Met het handorgel doet Sint Caecilia haar intrede als patrones van de muziek. Toch zou het tot de negentiende eeuw duren, voor ze officieel werd benoemd tot patrones van de katholieke kerkmuziek. Men vertelt dat Paus Paulus VI persoonlijk zou hebben ingegrepen toen in de jaren zeventig de bezem door verschillende heiligen werd gehaald. Daardoor bleef 22 november als naamdag van Sint Caecilia bewaard en kwam de Koninklijke Fanfare Sint Caecilia Hulsberg niet zonder patrones te zitten.