Over Ons

VAANDELDRAGERS


Het drapeau

Eind november. Een druilerige zaterdagmiddag. Terwijl het lichtjes waait en grijze wolken overdrijven, viert de fanfare haar jaarlijkse Sint Caeciliafeest. Een muzikale rondgang door Hulsberg mag daarbij natuurlijk niet ontbreken. De dikke trom, bassen, baritons, tuba’s en trombones klinken met hun lage tonen als eerste door de straten. Even later zijn ook de saxofoons, hoorns, trompetten en bugels hoorbaar. Maar wat ziet men altijd als eerste, wanneer de bonte stoet de hoek omdraait en spoedig ook door de straat zal trekken? Inderdaad, het vaandel. Vaak begeleid door de schellenbomen. Maar het vaandel steekt toch net iets meer boven het geheel uit wanneer de fanfare rondtrekt.
Met de afbeelding van onze patroonheilige Sint Caecilia wordt “de vaan” fier rondgedragen door de vaandeldragers van de Koninklijke Fanfare Sint Caecilia.

De eerste vier jaar van het bestaan was het gebruikelijk, dat leden zelf hun instrument moesten kopen. Het was zelfs een eer om het vaandel, aangeschaft in mei 1860 bij atelier Stoltzenberg, te mogen dragen. De vaandeldrager moest voor zijn taak een aanzienlijk geldbedrag neertellen. Dit gold ook voor degene die de grote trom op zijn rug droeg, terwijl de slagwerker de maat sloeg. Voor de drager van de grote trom was zelfs een reglement opgesteld, waaraan hij zich precies diende te houden.

In 1880 begeleidde de fanfare dezen hoogst verdienstelijken voorman en mede-oprichter op z’n laatsten gang naar den doodenakker. In dien tijd was natuurlijk alles anders geregeld als nu. Zoo moest b.v. ieder werkend lid zelf zijn instrument koopen. Voor het dragen van de drapeau en groote trom moest betaald worden.

Het (eerste) drapeau werd aangekocht in 1860 en heeft dienst gedaan tot 1919.

In 1919 bij het 60-jarig bestaansfeest, besloot  het bestuur toen bestaande uit de heeren: J. M. à Campo voorzitter, Alphons Kerckhoffs ondervoorzitter, M. Heeijnen penningmeester, H .Bruis, L. Janssen, G. Widdershoven, Jos Frissen, Jos Vaessen, Louis Kissels, Jan K1ssels, B. Vossen, ]hr. van der Maesen en L.Packbier  een nieuwe drapeau aan te schaffen. Deze drapeau werd vervaardigd bij de Eerwaarde Zusters van het Arme Kind Jezus te Maastricht voor den prijs van ruim fl. 600.-

Aan steun van den kant van bet gemeentebestuur heeft ’t de fanfare nooit ontbroken; ’t schitterende cadeau in den vorm van kostbare “schelleboomen” ons door ‘t edelachtbaar gemeentebestuur van Hulsberg geschonken bij gelegenheid van het 75 jarig jubileum in 1934.

Bij gelegenheid van het eeuwfeest kreeg de fanfare een nieuw modern vaandel aangeboden. 1959 werd een geweldig jaar voor onze vereniging. Het werd nog steeds als een grote eer beschouwd om de grote trom en het drapeau te mogen dragen; hier betaalde men zelfs nog extra voor.

In 1995 hebben we afscheid genomen van Jan Muijs, die vele jaren tot onze vaste vaandeldragers behoorde. Jack van den Broeck is ook een jarenlange vaandeldrager van de fanfare geweest, totdat hij gezondheidsklachten kreeg.  In die tijd is Willem Claessens benaderd om vaandeldrager te worden. Hij heeft toegehapt en heeft enkele jaren met trots voorop gelopen.

Momenteel heeft de Koninklijke Fanfare St. Caecilia drie vaandeldragers die afwisselend het vaandel en de schellenbomen meedragen tijdens muzikale rondgangen of concerten:

  • René Lemans
  • Ronald Verlaan
  • Jos Brouns

 

“De vaan”

Willem Claessens was behalve vaandeldrager van de fanfare ook actief in het oer-Hulsbergse “Trio Kwakkerzak”. Samen met Jo Gijzen en de op 10 januari zo plotseling overleden Henk van Gorkum bezongen zij het leven in “os durp”. Zij schreven liederen die de mensen en het leven in Hulsberg typeren. Op menige feestavond in Hulsberg worden de liederen van Trio Kwakkerzak aangeheven en door iedereen uit volle borst meegezongen.
Een lied uit het repertoire van Trio Kwakkerzak is “De vaan”. Willem draagt dit lied -een bewerking van Sjeng Kraft’s “Iech bin zoe verleef”- graag op aan allen die ooit de drapeau van de Koninklijke Fanfare Sint Caecilia hebben gedragen. “De vaan” wordt in het Hulsbergs dialect gezongen.

De vaan
Muziek en oorspronkelijk tekst: Iech bin zoe verleef (Sjeng Kraft)
Hulsbergse tekst: Willem Claessens (Trio Kwakkerzak)

Ich loup met de vaan, hartstikke veuraan
Es geer mich zeet, kump Caecilia d’r aan
Ich loup met de vaan

Instrumente ken ich neet besjpele
Gein trombone en auch gein trompet
Mer noe ken mich dat gaar nieks mie sjele
Met mien vaan höb ich dieke pret
Jao, ich draag ze hiel greutsch door os straote
Houd ze stoer met veul leefde vas
Nei, ich zal ze echt noets mie verlaote
Same loupe veer sjoen in de pas

Lets houw ich de wind ’n bietje teege
’t Weijde hel, zek mer rustig ’t waor sjtorm
En zo om en naobie windkracht neege
Toonde ich werkelijk groete vorm
Want mien vaentje dat wool van mich sjeije
’t Wool gaon sjweeve hiel hoeg in de loch
Mer ich zag, nieks kump tussje os beije
Wat d’r auch gebeurt, vas houwt ich toch